Trots op Oranje
Zijn droom om ooit in het Nederlands elftal ter spelen werd voor Theo Pahlplatz werkelijkheid op 29 november 1967. De toen twintigjarige voetballer was amper een jaar prof bij FC Twente, toen hij mocht opdraven tegen de Sovjet Unie, 3-1 winst. Theo Pahlplatz trad ineens in de voetsporen van Henny Möring

Door Erwin Waanders
Het seizoen voor zijn verrassende debuut speelde Theo Pahlplatz nog bij Quick’20. Pas op 19-jarige leeftijd maakt Pahlplatz de overstap van de amateurs naar de profs. Dat hij ondanks zijn prille bestaan als profvoetballer al zo snel bij het grote Oranje kwam, verbaasde hem zelf ook enorm. ‘De Ajacieden meldden zich om een of andere reden allemaal af en er kwam een aantal debutanten bij de selectie’, herinnert Pahlplatz zich. ‘Daardoor werd mijn debuut ook versneld natuurlijk.’ Zijn entree bij Oranje was bijzonder. Ten eerste was het al niet zo heel normaal dat er spelers van FC Twente bij de selectie zaten. Henny Möring was de laatste Tukker die voor hem het Oranje shirt droeg. ‘Dat besefte ik op het moment dat de uitnodiging binnenkwam. En iedereen in Twente sprak me er ook over aan. Ik was net twintig en hoorde ineens bij de grote jongens.’ Van zijn eerste wedstrijd zelf weet Pahlplatz niet zo heel veel meer. In de Rotterdamse Kuip was de toenmalige Sovjet Unie de tegenstander. Georg Kessler was keuzeheer bij de KNVB en hij kende Theo Pahlplatz nog van het Nederlands amateurelftal. ‘Kessler wilde me ooit als zestienjarige meenemen naar een toernooi in Frankfurt. In die groep zaten Wim Jansen en Johan Cruijff ook. Uiteindelijk durfde hij het niet aan om me mee te nemen. Vier jaar later was hij me nog niet vergeten toen hij bondscoach was’, zegt Pahlplatz.

Van een lange interlandcarrière kwam het uiteindelijk niet. Pahlplatz bleef steken op 13 caps. Een respectabel aantal, maar het hadden er voor een speler met zijn kwaliteiten toch meer moeten zijn. ‘Als jonge voetballer uit Twente had ik het gewoon moeilijk bij het Nederlands elftal. Ik was bescheiden en met negen Ajax-spelers in de selectie was er wel een sfeertje van ons kent ons. Als Tukker moest je echt in Bomber-vorm zijn om een beetje positief in de westerse media te verschijnen.’ Pahlplatz herinnert zich een wedstrijd tegen Tsjechoslowakije in Praag. ‘Ik speelde de pannen van het dak en na de wedstrijd kwam Kessler naar me toe dat ik geweldig gespeeld had. Ook de spelers waren vol lof en de kranten in Tsjechoslowakije bejubelden mij. Hoe anders was het in de Westerse kranten. Ik was inmiddels wel wat gewend en in de loop der tijd was de sfeer bij Oranje ook al iets veranderd, doordat er meer spelers van Twente bij de selectie kwamen. Piet Schrijvers, Epi Drost en Jan Jeuring zaten er ook vast bij, toen werd het beter.’

De beste herinneringen bewaart hij echter aan het met 2-0 gewonnen duel tegen Roemenië op 2 december 1970 in Amsterdam. ‘Dat was met een elftal. Pfff, geweldig. Van Hanegem, Cruijff, Keizer, Jan Mulder. Dat was in het veld gewoon genieten. We tikten ze helemaal dol. Cruijff regelde alles voor de spelers. Als het over verzekeringen of geld ging, dan kwam zijn schoonvader Cor Koster even langs en werd het geregeld’, weet Pahlplatz nog goed. Hij was speler van de groep die later naar het WK in Duitsland zou gaan. Zelf heeft Pahlplatz het nooit tot een eindtoernooi geschopt. Een gemis in zijn carrière, zo vindt hijzelf ook. ‘Dat was natuurlijk de slagroom op de taart geweest. Ik zat wel bij de voorselectie van 40 spelers voor het WK in 1974, maar heb niet de 22 gehaald waar Kees van Ierssel en Piet Schrijvers wel bij zaten.’

De interlandloopbaan van Pahlplatz eindigde net zo abrupt als dat hij begon. Een wisselbeurt in het met 9-0 gewonnen duel tegen Noorwegen op 1 november 1972 betekende het einde. In vijf jaar tijd speelde hij slechts dertien wedstrijden voor Nederland. ‘Het voetbal heeft daarna een enorme impact gekregen en er kwamen meer wedstrijden, maar ik had bedankt en kwam er nooit meer bij.’ De tijd heelt alle wonden, ook bij Pahlplatz. ‘Ik kijk er met veel trots op terug dat ik voor het Nederlands elftal heb mogen voetballen. Dat is het hoogst haalbare voor een voetballer. Als je daar in het buitenland klaarstaat en het volkslied wordt gespeeld, dan lopen de rillingen wel over je rug. Ach, het zijn mooie herinneringen, zoals ik ze ook aan FC Twente heb. Kijk, met Twente hadden we in het seizoen ‘68/’69 ook kampioen van Nederland moeten worden. Dat was het beste elftal van Twente ooit. Dat het uiteindelijk niet is gelukt is, is doodzonde. Als we het er nu over hebben met elkaar, kunnen we er ook wel weer om lachen.’n dertien interlands scoorde Pahlplatz drie keer. Hij speelde zijn hele loopbaan bij FC Twente en is nog altijd in dienst van de club als scout. In dertien interlands scoorde Pahlplatz drie keer. Hij speelde zijn hele loopbaan bij FC Twente en is nog altijd in dienst van de club als scout.

Top

FC Twente heeft uiteraard niet alleen Nederlandse internationals voortgebracht. De buitenlander met de meeste caps is nota bene een speler die al jaren reserve is: Rahim, international voor Burkina Faso. Nagy, Samardciz, Mrkela, Nielsen, Lipponen, Sumiala, Majstorovic, Thoresen, N’Kufo, Gakhokidze het is zomaar een greep uit de groep buitenlandse internationals die de afgelopen veertig jaar bij FC Twente heeft gespeeld.

Je zou het misschien niet meteen verwachten, maar uitgerekend Rahim Ouedraogo is de meest gelouterde van allemaal. Het exacte aantal interlands voor Burkina Faso is hij kwijtgeraakt, ‘maar het moeten er om en nabij de zestig zijn’, denkt hij te weten. En dat is toch een aardige score voor een 24-jarige speler die bij zijn club nooit basisspeler is geweest. ‘Dat aantal is zo hoog, omdat wij voor de Afrika Cup ongelooflijk veel vriendschappelijke wedstrijden moeten spelen’, zegt Rahim, die als hij in dit tempo doorgaat al voor zijn dertigste zijn honderdste interland heeft afgewerkt.

Zijn eerste cap speelde hij vijf jaar geleden. ‘Tegen Nigeria, het werd 0-0.’ Aan dat land bewaart hij ook zijn mooiste tastbare herinnering. ‘De meeste shirts van tegenstanders geef ik in Burkina altijd weg, maar het shirt van Finidi heb ik bewaard. Dat vind ik wel iets bijzonders.’

De supporters van Twente zullen verbaasd zijn, maar Rahim is in Burkina Faso een vaste waarde. ‘In de nationale ploeg ben ik mid-mid. Nee, de mensen daar snappen ook niet zo goed dat ik bij Twente niet zo vaak speel. In Burkina weten ze dat precies, want ze volgen de eredivisie via het Franse Canal+.’ Rahim is maar wat trots dat hij al jaren zijn land vertegenwoordigt op het hoogste niveau. ‘Als ik het volkslied hoor, krijg ik direct kippenvel. Ik zal ook nooit afzeggen. Zoiets doe je niet. Ik zie het spelen voor de nationale ploeg ook als een soort van contributie die ik betaal aan de mensen thuis. Wat ik belangrijker vind, Twente of Burkina? Dat is allebei even belangrijk. Ik heb het geluk dat sinds een jaar alle interlands in de wereld op het zelfde tijdstip worden afgewerkt. Vroeger moest ik vaak middenin de competitie weg, omdat ik met Burkina diende te spelen, maar daar heb ik geen last meer van.’

Top
Nauwelijks last van interlands
In de gouden jaren’70 waren er regelmatig spelers van FC Twente met Oranje op stap. Hoewel die prestaties tegenwoordig bij lange na niet meer worden gehaald, herbergt ook het huidige Twente de nodige internationals. Het enige verschil is dat de spelers van nu allemaal buitenlander zijn. ‘De spelers komen allemaal naar ons, omdat ze weer international willen worden’, doelt trainer Rini Coolen op de nieuwe Griekse aanwinst Loumpoutis, die in navolging van de Zweden Majstorovic, Touma, Bakircioglü bij zijn entree in Enschede ook riep dat hij via Twente in de nationale ploeg wil komen. Coolen zegt het met een lach, ook al kan het straks zomaar voorkomen dat hij een stuk of acht spelers (Jong Oranje-klanten incluis) mist in de week van de interlands. ‘Maar daar zijn we alleen maar blij mee en trots op. Want dat is een teken dat het goed gaat met FC Twente.’

Volgens Coolen botsen de interlands nauwelijks met de belangen van Twente. ‘Wij communiceren het goed met onze spelers, waardoor we al ruim van te voren weten wie waar zit. En daar houden we met onze trainingen rekening mee. In die weken houden we bijvoorbeeld geen teamtactische trainingen, maar wordt er vooral individueel gewerkt.’

Top