Maar ook zonder deze tour is de scheiding tussen de oude en de nieuwe
stad niet moeilijk te vinden. Het oude gedeelte wordt gedomineerd door
het hoog gelegen Edinburgh Castle, de attractie voor toeristen. Daar
zijn bij voorbeeld de kroonjuwelen van Schotland en de Stone of Destiny
- de kroningssteen van de Schotse koningen - te bewonderen. Wie van de Castlehill naar beneden loopt, komt in die mooie middeleeuwse
stad, met bochtige straten, stegen en daarachter ruime binnenpleinen.
Voor ons vreemd is dat bij veel panden voor- en achterkant niet even
hoog zijn., Alles ligt hier op heuvels. ,,Vergeet New York, wij in
Edinburgh hadden de eerste wolkenkrabbers. Middeleeuwse wolkenkrabbers
wel te verstaan, gebouwen van acht, tien, twaalf, soms zelfs veertien
verdiepingen'', vertelt de gids en historica Catherine Ward. En in haar
stem klinkt trots door.
Loch
Een mooie kastje, dat door een vrijwilliger wordt geopend, blijkt opeens
de voorganger van onze wijnkoeler te zijn. En die po die wat vreemd oogt
naast het rijke servies?
,,Wanneer de vrouwen de eetkamer hadden verlaten, gebruikten de mannen
die po beurtelings om hun conservatie niet te lang te moeten
onderbreken'', vertelt de grijze suppoost met een twinkeling in zijn
ogen. Via de North Bridge terug naar de oude stad. Daar, aan de voet van brug,
is in april 2001 Edinburghs hipste vijfsterren hotel, The Scotsman,
geopend. Een oase in het monumentale pand waar vroeger de gelijknamige
krant huisde.
Voor wie het kan betalen een heerlijke luxe, waar het
ontbijt geserveerd word op servies waarop de vijftig belangrijkste
artikelen uit de geschiedenis van de krant. Waar de oude loodletters nu
de namen van de verschillende ruimten aangeven en waar het zwembad
geheel uit roestvrijstaal is opengetrokken. Maar ook zonder een gouden
creditcard is The Scotsmann de moeite waard. De bar en het
sushi-restaurant aan de straatzijde zijn hip en betaalbaar. Voor de
grootste schat moet de bezoeker echter het hotel in.
Goed verscholen, maar voor iedereen vrij toegankelijk, is daar een bar
te vinden met niet minder 399 verschillende Schotse malt whisky's. De
flessen staan opgesteld in vitrinekasten langs de wanden. De prijzen
lopen uiteen van twee pond voor een eenvoudig glas tot 176 pond voor een
bodempje Macallan uit 1946. Wie meer wil weten over het maken en de geschiedenis van whisky kan
daarvoor terecht bij het Wisky Heritage Centre in Edinburgh. Na een
inleidend glas whisky wordt hier aan de hand van drie korte video's en
een reis in een whiskyvat de geschiedenis en de productie van de Schotse
whisky in kaart gebracht.
Theorie
De bescheiden koperen destillatieketels, de koelleidingen uit 1923, de 'tobbe' het halfprodukt wash: het is een en al ambachtelijkheid. Er zijn maar drie werknemers, de productie is niet groter dan twaalf tot
vijftien vaten whisky per week. En toch kennen alles liefhebbers in de
wereld Edradour. Een deel van de vaten gaat na twaalf jaar rijping in een blend onder de naam House of Lords naar, juist, het Britse House of Lords. Een blend is een mengsel van grain- en moutwhisky's. Als single malt wordt de wisky na minimaal tien jaar rijpen verkocht onder de eigen naam Edradour, een merk, dat alleen al door de geringe productie vrij zeldzaam is.
Typerend voor het gelukkig zo eigenaardige Schotland is een
levensparende constructie in de buurt van Pitlochry. De bouw van een
stuwdam dreigde hier de trek van de zalm te af te kappen.
Een 'visladder' bracht uitkomst. Langs de dam is een uit 31, telkens iets
hoger gelegen bassins opgebouwde 'ladder' aangelegd, waarlangs de zalm
via gaten onderin de bassins naar boven kan 'klimmen'. In een
observatiekamer langs de route worden de gemiddeld 5400 zalmen die hier
jaarlijks passeren niet alleen elektronisch geteld, ze zijn achter een
glazen wand ook goed te zien.
Dan valt een bui, maar niet getreurd. Het weer verandert nergens zo snel
als in Schotland. En misschien, heel misschien is wel het 'deel voor de
engelen' dat op je hoofd voelt: de twee procent van de whisky die
tijdens het destillatieproces verdampt. Dus: slainthe mhath, proost.
Helaas zijn de bovenste verdiepen van deze wolkenkrabbers in later jaren
weer verwijderd. Daar beneden snakte men naar de zon, die toch al geen
dagelijkse gast in Schotland is.
Een paar forse bruggen scheiden het 'oude Edinburgh' van het 'nieuwe
Edinburgh'. Om dit nieuwe deel te kunnen bouwen werd in de achttiende
eeuw een 'loch', een meer drooggelegd om, in de geest van de
verlichting, plaats te maken voor een stad met brede lanen,
concerthallen, imposante pleinen en ruime herenhuizen. Een mooi
voorbeeld daarvan is 'het Georgiaanse Huis' op nummer 7 aan het
Charlotteplein. Dit in 1796 door Robert Adams gebouwde pand is geheel in
stijl ingericht en dagelijks te bezoeken. De zonder uitzondering al wat
oudere vrijwilligers, van ,,The National Trust of Scotland' wijzen graag
en met bezieling op de fantastische details in het interieur.
Maar wat is mooier dan de theorie in Edinburgh te verlaten en een echte destilleerderij op te bezoeken. Kies
bijvoorbeeld voor Schotlands kleinste destilleerderij: het in 1825
opgerichte Edradour, gelegen bij het plaatsje Moulin in de zuidelijke
Hooglanden. Wie na een tocht door groene heuvels vol schapen onder de continu veranderende Schotse luchten in Moulin arriveert, vindt vanzelf een
bordje dat de naar de weg naar de destilleerderij wijst. Een
landweggetje met eiken aan weerszijden, nog een halve mijl en dan de
destilleerderij. Een eenvoudig wit gebouw is het, een stroompje dat een
halve meter vervalt ervoor. Voor we verder gaan eerst weer 'a good
dram', een single malt en tien jaar oud ditmaal. Aangeboden door het
huis.
Meer informatie: Brits Toeristenbureau: Tel. 020-6890002 en Internet: VisitScotland.com.
Easyjet en KLM vliegen vanuit Amsterdam direct naar Edinburgh of Glasgow.
De ferry van DFDS Seaways vaart tussen
IJmuiden en Newcastle. Vanuit Newcastle is het nog een uurtje rijden
naar Schotland. Meer informatie over DFDS-seaways: Tel. 0255-534546 en
Internet: DfdsSeaways.nl